journaalpossst no126: column erik hulsegge, rtvnoord

Geachte majesteit,

Hierbij solliciteer ik naar de functie van burgemeester van de gemeente Oldambt.

Ik weet dat ik niet uit het politieke wereldje kom, dat ik niet van de politieke mores ben en dat ik geen politieke kruiwagen heb, maar desondanks schrijf ik deze brief om zo onze veel te vroeg overleden burgervader Pieter Smit op te mogen volgen.

Ja, ik zeg onze. Dat komt omdat ik zelf uit het Oldambt kom. Oldambt zeg je trouwens met de klemtoon op ‘dambt’ en niet op ‘Old’ zoals de mensen uit Holland altijd doen.

Pieter Smit was de beste burgervader die wij ooit hebben gehad. Niemand kan het met meer inzet, betrokkenheid en liefde doen dan hij deed, maar wij in het Oldambt willen wel graag iemand terug zoals Pieter.

Vanmorgen toen ik een van mijn doordeweekse schoenen aantrok, heb ik ‘m weer uitgetrokken en van zolder het enige paar stoute schoenen gehaald dat ik heb. En aangetrokken. Deze brief schrijven is echt niet gemakkelijk, want wij Groningers zijn geen snakkerds die zeggen dat we de beste zijn.

Wel zijn we trots op ‘ons Grunnen’, zoals wij zeggen. Alleen zeggen we dat nooit hardop. Ook zouden we wat trotser mogen zijn op onze unieke taal, maar dat terzijde. U vraagt zich nu misschien waarom ik dan zo graag burgemeester van Oldambt wil worden. Nou dat is omdat ik heel erg bang ben dat wij straks opgezadeld worden met een Hollander.

Zo’n man of vrouw met een aardappel in de keel die onze taal niet spreekt en die onze trots niet begrijpt. Die niet weet wie Wia of Ede Staal is. Die niet weet wat ‘rudermesjienen’ of ‘genoat’ zijn. Zo iemand die er voor zichzelf zit en niet voor de mensen. Die een bijbaantje belangrijker vindt dan er te zijn voor ons Oldambtsters.

Die liever een buitenlands snoepreisje maakt dan bij de cd-presentatie van Sproakwotter te zijn. Sproakwotter zijn trouwens twee toffe jongens uit Finsterwolde en Oude Pekela, die heel lollige muziek maken.

Ik hoop niet dat u zich als Hollander nu beledigd voelt. Dat hoeft niet hoor, want ik vind dat u het als koning goed doet. U praat heel mooi Nederlands en in uw keuze van uw vrouw bent u onovertroffen. Bovendien kan en wil u, denk ik, geen burgemeester van Oldambt worden.

‘Dij t dut mout t waiten’ is een van de beroemdste Groninger gezegden. Ik dacht eraan toen ik zat te wikken en te wegen of ik deze brief zou schrijven. Wat als ik burgemeester zou zijn? Ik zag eigenlijk best wel voordelen. ’t Kon minder’ flitste door mijn hoofd.

Zo spreek ik de taal, soms zo plat as t mor kin. Ik ben hier opgegroeid, naar zeker vier scholen gegaan. Ik heb in het gras en graan in de polder gewerkt. Ik heb er gevoetbald tegen onder andere THOS, wat Tot Heil Onzer Spieren betekent. Dat is de club van Jurrie Koolhof en Hans Hateboer. Die kent u vast wel als verstokt Oranjefan.

Ik woon hier na 51 jaar nog steeds met heel veel plezier, vlak bij het stadhuis en de raadszaal. Dat bespaart ook woon- en reiskosten. Spreken in het openbaar kan ik ook wel. Op de zondagmorgen presenteer ik namelijk op Radio Noord met Wiebe Klijnstra het programma Noordmannen. Wiebe doet weliswaar het woord en ik vraag af en toe ook wat, maar toch.

Bovendien geef ik ook lezingen aan de Vrouwen van Nu, afdelingen Drieborg en Oostwold. U kent Vrouwen van Nu misschien niet, maar dat heette vroeger Plattelandsvrouwen en in het Gronings Pladde Wieven, een heel belangrijke pijler in de krimpende leefbaarheid op het platteland.

Ach en ik weet ook wel een beetje hoe de politiek werkt. Mijn eerste journalistieke stappen lagen in de oude raadszaal van het stadhuis. Ik had destijds een weddenschap met de toenmalige wethouder Altjo Bruins of hij wel een balletje kon hooghouden. Nou dat kon ie wel. Van mijn weddenschapscenten stapte hij meteen uit de politiek om makelaar te worden.

Het is allemaal niet zo moeilijk. Bovendien ken ik de meeste huidige leden van de gemeenteraad persoonlijk. Met VVD-wethouder Erich Wunker zat ik vroeger op het vwo. Hij zat altijd naast Bertje en ik zat achter hem. Met Wunker valt overigens niet te spotten, want hij is beresterk.

Zo gooide hij een keer tijdens schoolgymnastiek met een potje handbal iemand bewusteloos en met hockey sloeg hij een bal het stadspark uit.

Jurrie van de Partij voor het Noorden zat vroeger bij mij in het dorp op de lagere school. Nooit veranderd. Laive jong met hart voor de zaak en de mensen. En met Engel, onze oer-communist kan ik het prima vinden.

Een rebelse kwajongen met een heel goed hart. Bovendien vindt zijn vrouw dat de rooie rakker er na 40 jaar mee op moet houden. Die zal er dus, ook gezien zijn leeftijd, wel mee kappen. Hoewel je het met Engel nooit zeker weet.

Met de plaatselijke journaille kan ik ook prima door een deur. Bijna allemaal (ex-)collega’s of goeie bekenden. Met Tammo Beishuizen, de kritische krantenvolger van de Oldambster politiek, begon ik ooit mijn journalistieke carrière. Een beetje een brombeer die bang is voor onweer, maar als je Tammo een beetje kent, is het een goeie kerel.

Een vergadering leiden kan ik ook. Bij RTV Noord, de regionale omroep van Groningen, was ik drie jaar eindredacteur. Bij Noord heet dat ‘op de bok zitten’ of ‘sjefje spelen’. Je vergaderde soms wel vijf keer op een dag. Dus ik weet heel goed wat dat is.

Inhoudelijk denk ik me ook wel te kunnen redden. Ik vind dat ze niet zo moeten zeuren over ons nieuwe theater De Klinker. Wij zijn hier alles al kwijt. Dommering, rechtbank, belastingkantoor, UWV, Jan Emo Smid, pabo, ’t Pleintje, bioscoop, ziekenhuis. Zo kan ik een tijdje doorgaan.

De Klinker-cultuur is duur, ja, maar wat als het theater ook nog wordt gesloopt?

En als ik even niet weet hoe het moet, vraag ik het loco Laura Broekhuizen toch. t Lutje wichtje heeft bewezen dat toen onze Pieter er plotseling niet meer was, zij op het stadhuis de boel prima op de rails hield. Wij in Groningen zeggen dan dat ze ‘boksem aan het’. Kan ook niet anders met zo’n naam. Thuis schijnt mevrouw Broekhuizen trouwens ook de broek aan te hebben. Net als uw Maxima op de Eikenhorst, zeg maar.

Ik hoop van ganser harte dat ik van u mijn brief binnenkort mondeling mag toelichten bij de commissaris van de Koning, die over de verdere procedure gaat, zo lees ik in de vacature in de Staatscourant. Die aardige man begrijpt, denk ik, precies wat ik bedoel.

Hoogachtend, Erik Hulsegge

ps als u nu denkt dat mijn naam u bekend voorkomt. Dat klopt. Ik schreef u eerder een brief met een uitnodiging om bier te komen drinken bij het jubileumfeest van de Slag bij Heiligerlee. Daar waar uw voorvader graaf Adolf zijn leven gaf voor ons Nederland. U kwam toen niet, maar die uitnodiging staat nog steeds.
‘Eem as koning en burgemeester onder mekoar, zeg mor’.