express no54: wilbert interviewt: edith van der horst

we ontmoeten elkaar vandaag op een zonovergoten terras aan de rand van de reiderwolderpolder en kiezen de schaduw van een parasol. edith, een beminnelijke wervelwind van negenenvijftig lentes jong, stelt eerst haar vragen. en dat kan ze als geen ander, vragen stellen. overdag stelt ze onnoemelijk veel vragen als docent biologie aan haar leerlingen en in de avonden stelt zij deze als voorvrouw van de partij voor de dieren in de gemeenteraad van westerwolde.

edith zag in 1959 het levenslicht in amsterdam. kind van ouders die de arbeidersklasse door hun opleiding waren ontstegen. haar ouders hebben beiden de kweekschool gedaan. moeder werd later biologiedocente en vader werd docent scheikunde/natuurkunde. ze groeide op in een degelijk rood onderwijsgezin. haar vader was haar voorbeeld. kind onder de kinderen. nooit bang om de regie te verliezen als je de touwen iets laat vieren. zo doet zij dat nu ook.

edith benadrukt in ons gesprek dat zij een bevoorrecht gevoel heeft. terugkijkend op haar leven tot nu toe heeft ze diepe dalen gekend. maar die hebben haar vooral gelouterd en sterk gemaakt. ze weet wat ze wil in het leven en steekt dat ook niet onder stoelen of banken.

haar grote wens om samen met haar liefde van haar leven marcel buiten te wonen, samen met haar paarden, katten, kippen en varkens, heeft ze in laude uitgerold. geen hang naar bezit, maar koesteren wat je om je heen hebt. het gevoel dat je voor een tijd mag zorgen voor de bomen en planten op je terrein. ze zijn niet van jou, maar je hebt ze in bruikleen. ze kan zich elke dag verwonderen en is dankbaar voor wat ze heeft. hoewel ze altijd rekening houdt dat alles kan kantelen. alles is kwetsbaar.

als kind al had ze een enorm rechtvaardigheidsgevoel. naarmate edith ouder wordt bemerkt ze dat haar morele kompas alleen maar sterker wordt. ze realiseert zich dat ze soms fel uit de hoek kan komen. als ze weer ten strijde trekt zegt marcel, “oorlog voeren is goed, maar om nu helemaal alleen de vuurlinie in te rennen….”
dat wordt haar niet altijd in dank afgenomen. zeker in de politiek is dit wel eens een ding. mensen zuchten wel eens als zij voor de zoveelste maal haar vragen stelt. of lijken haar te beschimpen om haar vasthoudendheid. ze doet haar werk grondig, leest haar dossiers, doet research en veldwerk en komt dan met haar vragen en bevindingen. dat wordt niet altijd op prijs gesteld. vaak rijdt ze na een lange vergadering naar huis en evalueert in gedachten alles wat gepasseerd is en waar en hoe het beter had gekund. toch is die felheid ook haar kracht. ze luistert goed naar haar achterban en vertolkt de idealen van haar partij. het motto daar is dan ook niet voor niets: prettig in de omgang maar hard op de feiten.
gelukkig is thuis altijd haar rots in de branding en de rust zelve: haar marcel. hij brengt haar weer terug op aarde en kan relativeren als geen ander.

edith heeft in de partij voor de dieren haar partij gevonden. haar hele leven al heeft ze angst gehad hoe mensen met dieren kunnen omgaan. de horror van de bio-industrie. kistkalveren, pluimveehouderijen. het afknippen van staarten, onverdoofde castraties en afknijpen van snavels. het ruimen van stallen geschiedt meestal in de nacht of de heel vroege ochtend. in het donker, zodat een deel van het dierenleed niet zichtbaar is voor anderen. marianne tiemens verhaal kon ze zelf geschreven hebben. ze leeft ook naar wat ze preekt. ze vindt het fijn dat ze een bijdrage levert aan het dierenwelzijn. de ellende rondom de bio-industrie is in elk geval niet haar schuld. ze eet dan ook niets van dat alles, draagt niet bij aan de plastic soep. het uitdragen van die bewustwording is haar taak. ook in de gemeenteraad. daar kan ze goed overweg met een aantal zeer sociale mensen, al staan hun idealen ver van elkaar vandaan. er is wederzijds respect. toch bemerkt ze dat in de nieuwe raad en het college minder ruimte is voor een afwijkend geluid. ze heeft het gevoel dat het college weet wat goed voor ons is. maar er moet ruimte zijn om op gedetailleerd niveau vragen te mogen stellen. dat is immers je taak en daarvoor krijg je ook betaald. sommige raadsleden en wethouders vinden haar lastig omdat ze doorvraagt. schokkend eigenlijk.
ze kan zich erover opwinden maar volhardt in haar rol. al luisteren sommigen niet naar haar, edith gaat door. bij dossiers waarbij partijen soms in slaap worden gesust, blijft zij wakker en alert. of het nu over bio-diversiteit, dierenwelzijn of landbouwgif (gewas beschermingsmiddelen zo u wilt) gaat. ook op het gebied van onderwijs en kunst en cultuur, burgerparticipatie en zorg voor de zwakkeren in de samenleving heeft edith haar verhaal overdacht.

regeren is voor edith niet per se het hoogste doel. wel het laten horen van een consistent en betrokken geluid. als anderen uiteindelijk sommige van haar inzichten overnemen, en dat is in de vorige raad ook gebeurd, is haar doel bereikt.