express no9: wilbert interviewt joop de blaauw

EWexpress9joopdeblaauw710

het is vrijdagmorgen 26 september. in de keuken van zijn eclectisch ingerichte huis met oosterse kleden, objecten en snuisterijen uit verre landen, zit beeldhouwer en levenskunstenaar joop de blaauw tegenover mij achter een kop verse koffie. zijn grijze lange haren naar achteren gekamd. een jongeman van begin zeventig. zijn pretogen verraden een mengeling van levenslust en loutering, een man met veel ervaring in elk geval is mij wel duidelijk.

in 1941 zag joop als kind uit een echte ondernemersfamilie het levenslicht in het centrum van amsterdam. daar groeide hij op tussen familieleden met wisselende interesses. van zijn vader leerde hij van strawinsky, chopin, tsjaikovski en opera houden. deze sleepte hem al vroeg mee naar musea, leerde hem tekenen en liet hem piano spelen.
omdat joop graag scheppend bezig was, stuurde zijn vader hem uiteindelijk naar de grafische school in amsterdam. daarna studeerde hij aan de kunstnijverheidsschool aldaar omdat hij was voorbestemd om zijn vader op te volgen in diens kleermakersbedrijf.
in deze jaren begon hij samen met een vriend een zaak als modeontwerper. zij kregen opdrachten uit de hele stad. zelfs alle kelners van jazzcafe lucky star aan het rembrandtplein werden door hem gekleed.

op zijn negentiende vertrok joop van huis voor zijn militaire dienst. “ik wil zo ver en zo lang mogelijk van huis” had hij de militaire leiding als parameter meegegeven. zijn verzoek werd ingewilligd. in zijn marine-jaren werd de kiem gelegd voor een leven lang reizen. als marine-kleermaker had hij zijn eigen atelier aan boord. in tanger kocht hij mooie stoffen om er vervolgens op bestelling van de officieren kostuums van te maken.
er werden heel wat havens aangedaan. van trinidad en curaçao tot colombia en nieuw guinea. zijn ogen verraden plezier nu. “het liep overal natuurlijk helemaal uit de hand” maar dat hoeft geen nadere uitleg, uiteraard. “de vrijheid in het leven, dat is waar het om draait”.
dat reizen naar alle uithoeken van de wereld is hij zijn hele leven blijven doen. met zuid-amerika als favoriet. gedreven door een zekere mate van onrust, zoals hij het zelf definieert. altijd nieuwsgierig, elke dag is anders. het inspireert hem.

van 1970 tot 1975 volgde hij de rietveldacademie. hij koos er voor beeldhouwen. zijn docent, inspirator, vriend en goed ingevoerd kunstenaar karel kneulman leerde hem de kneepjes van het vak, stimuleerde hem en bracht hem overal binnen. deuren openden zich. vele exposities werden ingericht in gerenommeerde galeries in duitsland, belgië en nederland.
in de turbulente jaren zeventig kwam joop naar westerwolde om er, tussen al het reizen door, te werken aan zijn scheppingen. “er was hier in die jaren niets, het leek een grote woestenij. geen afwisselende bossages en coulissen in het landschap zoals nu, maar uitgestrekte barre vlakten met strakke eindeloze kanalen waar het schuim van de avebe fabrieken op het water dreef. dit was een desolaat gebied. en wat hield ik er van. net als van zijn bewoners trouwens.”

samen met een groep andere kunstenaars, die ook veelal uit het westen kwamen, vormden zij het oostgronings kunstenaars collectief. zij zochten elkaar op om inspiratie op te doen en exposeerden vaak samen. veel van zijn beelden werden in die tijd aangekocht door groninger gemeenten, zo staan nog heel wat werken in westerwolde en het oldambt. grote imposante abstracten in marmer, natuursteen, brons en staal. in het kader van de opening van het bronnenbad in bad nieuweschans verrees daar in opdracht van de toenmalige gemeente nieuweschans de spraakmakende fontein in de voorstraat. vele van zijn werken zijn nog steeds te bewonderen, zoals in oudeschans (begin voorstraat), bellingwolde (bij voormalig gemeentehuis), blijham, winschoten, de binnenhof van de oosterpoort in groningen, in de haven van delfzijl en in zuidlaren. stuk voor stuk imponerende abstracten die verrijzen uit het landschap.

eigenlijk waren jongens als da vinci en michelangelo zijn inspirators. alleskunners die zich in hun tijd bezig hielden met wetenschap, literatuur, architectuur en het maken van vernuftig wapentuig en bovenal kunst. de uomo universalis, de universele mens. bezig zijn met het nieuwe, in alle vrijheid; het experiment. daar draait het allemaal om. dat is de essentie om tot het maken van kunst te komen.

beeldhouwen is voor joop maar een onderdeel van zijn leven; daarnaast is het zoeken naar avontuur, naar werkelijke vrijheid, nieuwsgierigheid en het reizen minstens zo belangrijk. ze kunnen niet zonder elkaar. inspiratie opdoen en je realiseren dat, wanneer je weer thuis bent, eigenlijk alles relatief is. “wie zijn we nu eigenlijk? relativeer vooral ook jezelf. mensen maakten tweeduizend jaar geleden aan de andere kant van de wereld namelijk ook al prachtige dingen.”
“het gaat bij mij in het maken van kunst om de vrijheid, dat is de kern. de weg ernaar toe, het plezier dat je eraan beleeft. het resultaat zien we wel. kunst moet emoties losmaken, plezier of afkeer, dat maakt niet uit.”

na twee uur ronden we af. dat is moeilijk, want joop is helemaal los nu. we zouden kunnen doorgaan tot de avond. maar dat doen we niet. anders loopt het uit de hand. we nemen afscheid in de tuin. “kunst maken is een experiment, eigenlijk net als het leven zelf” zegt hij.
energiek geeft hij mij een hand. en zoals altijd onder een luid en olijk “moiiiii” en een klap op de schouder zwaait hij me zijn oprit af. een inspirerende ochtend, en dat was het.