express no46: gain kokeloko

door Henk Drenth

In Sellingen en omstreken bestaat sinds enige tijd een periodiekje met de weidse naam Het Blaadje. Alle ins en outs van Sellingen komen erin aan bod. Huis aan huis bezorgd, zeer laagdrempelig, erg basic.

Met een oud schoolvriendje, Harry Tees, nog uit de begintijd van onze OLS periode, begin jaren vijftig, wandelen we door het dorp van toen. Onder de naam: “Langs het tuinpad van mijn vader”. Met Harry heb ik nog enorm veel contact. Hij kon het boerenbedrijf van zijn ouders en de familie niet overnemen. Teveel neven. Hij woont al heel lang in Buitenpost, is daar bijna zijn hele werkzame leven bij de politie geweest. Zelf zat ik in de gezondheidszorg, ben fysiotherapeut geweest hier in Musselkanaal voor nu al meer dan 40 jaar. Maar heb nog zeer veel banden richting Oosten, dus Westerwolde lopen.

Het dorp van toen, met nog geen waterleiding, een put naast het huis, met alleen maar een kachel in de woonkamer. Kolenbak in de schuur. Antraciet. Later oliestook. Zaterdags onder de douche in het badhuis. Nooit een nieuwe fiets, je reed op het oude kreng van je oudere broer, je liep in de kleren waar hij uit gegroeid was. Schoenen werden eindeloos versteld bij de schoenmaker. Met Sinterklaas je schoen opzetten, op 11 november met Sint Maarten langs de deuren met vaak een onderweg al opgebrande lampion… Zingen van: “Hier woont juffrouw kikkerbil, die ons toch niets geven wil”. De sensatie in het dorp als de brandweersirene weer eens ging. Het liefst ’s nachts. Overdag gingen wij als dorpsjeugd uiteraard achter die ‘muziek’ aan. Gymnastiekuitvoeringen bij het oude Hotel Homan. Voetbaluitwedstrijden werden op de fiets ondernomen. Het dorp van toen bestaat niet meer, maar een dorp als Sellingen is nog steeds een niet weg te denken baken in straks een nieuwe gemeente Westerwolde.

Je had verder naast de gymnastiekvereniging SSS, ‘Sport Staalt Spieren’, in de volksmond: ‘Sellinger Stro Spieren’, alleen de voetbalclub en de muziekvereniging: ‘Jeduthun’, die in mijn herinnering op Kerstnacht steevast een ronde door het dorp van toen maakte. Als het gesneeuwd had waren de klanken op zijn mooist. Af en toe bleef er een ventiel vastzitten.

Voor Het Blaadje schrijft de één een verhaal, over het dorp van toen, waar de ander dan weer op reageert. Het blijkt dat we heel veel respons krijgen op onze epistels. Men herkent zich in die sfeer van toen, waarin het halve dorp een bijnaam had. Wat te denken van Jan Bak, Albert Mot, Haarm Hondje, Jan de Roos, Keudel, Jan Veenweg. Dorpsfiguren die er nu niet meer zijn. Wie heeft er nog een bijnaam. Veel toen dezelfde familienamen, Wubs, Potze, Engelkes. Aan hun bijnaam werden ze uit elkaar gehouden. Waar zijn ze gebleven in onze moderne mobiele wereld van Internet en iedereen die de hele dag op zijn mobiel zit te loeren.

OK genoeg over ‘vrouger’. Ik leef beslist in het heden, maar heb wel heel veel respect voor diegene, onder andere mijn ouders, en datgene, school/verenigingen, wat ons heeft gemaakt tot die/wat we nu zijn. Zonder verleden is er immers geen toekomst.